Nieuws & Blogs

Wetsvoorstel Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden of Zelfstandigenwet

| Gepubliceerd op: | Bijgewerkt op:
Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties

De overheid erkent de uitdagingen rondom zelfstandigen en heeft doelen vastgesteld om dit aan te pakken.

 Deze doelen zijn:

  1. Het creëren van een gelijker speelveld voor contractvormen tussen werknemers en zelfstandigen.
  2. Het verduidelijken van de regels over wanneer als werknemer gewerkt wordt en wanneer als zelfstandige gewerkt kan worden.
  3. Het verstreken en verbeteren van de handhaving in voorbereiding op het afschaffen van het handhavingsmoratorium per uiterlijk 1 januari 2025.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel streeft naar een betere balans tussen werken met zelfstandigen en als zelfstandige(n) enerzijds, en werken met en als werknemer(s) anderzijds. Het verduidelijkt wanneer iemand als werknemer moet worden beschouwd en wanneer als zelfstandige. Hierbij wordt het belangrijkste onderscheidende criterium, "werken in dienst van" (gezagscriterium), uit de wet verduidelijkt. Ook introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief van € 36,00. Het wetsvoorstel moest ingaan op 1 januari 2026.

Echter op dit wetsvoorstel is veel kritiek gekomen vanuit allerlei hoeken. En dan met name op het deel dat het gezagscriterium wilde verduidelijken. Dit heeft er toe geleid dat de toenmalige minister heeft besloten de behandeling aan het nieuwe kabinet over te laten. Het nieuwe kabinet kiest ervoor uitsluitend het civielrechtelijke rechtsvermoeden op basis van uurtarief uit VBAR te implementeren (onder €36 per uur rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst), en laat het “verduidelijkingskader” verder los. Het is daarbij goed om in het oog te houden dat het rechtsvermoeden beoogt de bewijspositie van lager betaalde werkenden te versterken. Dit heeft echter civielrechtelijke werking, tussen werker en opdrachtgever, en het werkt niet automatisch door naar de Belastingdienst.

Daarnaast is er een nieuw initiatief gekomen, de Zelfstandigenwet. Dit initiatief is nog niet uitgewerkt in een wetsvoorstel maar er moeten hierin twee toetsen zijn opgenomen: een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets.

Het is dus op dit moment afwachten of er nieuwe wetgeving komt voor zelfstandigen en zo ja wat de inhoud van deze wetgeving wordt. Totdat er een nieuw kader is, geldt dat het huidige beoordelingskader aan de hand van de Deliveroo-criteria leidend is voor de beoordeling en kwalificatie van arbeidsrelaties.

 

Conclusie

De overheid heeft duidelijke doelen geformuleerd om de uitdagingen rondom zelfstandigen aan te pakken. Daarbij ligt de focus op een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen, meer duidelijkheid over de kwalificatie van arbeidsrelaties en sterkere handhaving.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR moest daarin een belangrijke rol spelen, maar door de vele kritische reacties, met name op de verduidelijking van het gezagscriterium, is die koers aangepast. Het nieuwe kabinet kiest er nu voor om alleen het civielrechtelijke rechtsvermoeden op basis van een uurtarief onder de € 36 per uur verder te brengen.

Tegelijkertijd is er met de Zelfstandigenwet alweer een nieuw initiatief in beeld, al is dat nog niet uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel. Totdat er meer duidelijkheid komt, blijft het huidige beoordelingskader op basis van de Deliveroo-criteria leidend.

Voor nu betekent dat vooral één ding: de discussie over zelfstandigen is nog niet afgerond, en duidelijkheid in de praktijk vraagt voorlopig nog steeds om een zorgvuldige beoordeling van iedere arbeidsrelatie.