Overgangsrecht sociale zekerheidsverordening vervalt

Op 6 januari 2020 gepubliceerd door Bol Adviseurs (Algemene Publicatie)

De Europese Verordening 883/2004 die per 1 mei 2010 in werking is getreden regelt onder meer de sociale zekerheidsposities van personen die werkzaam zijn in meerdere landen. Om te voorkomen dat betrokkenen door de invoering van deze verordening worden benadeeld in hun verzekeringspositie is overgangsrecht geformuleerd. Dit overgangsrecht vervalt per 1 mei 2020.

Wat betekent dit voor jou en je werknemer?

Dit kan betekenen dat jouw werknemer vanaf 1 mei 2020 in een ander land sociaal verzekerd wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een in het buitenland wonende werknemer in dienst hebt die minder dan 25%, maar tenminste 1 dag per maand werkt in zijn woonland. Nu kan hij op grond van het overgangsrecht verzekerd zijn in zijn woonland. Vanaf 1 mei 2020 zal hij verzekerd worden in het vestigingsland van zijn werkgever.

Een wijziging van sociale zekerheid heeft grote invloed op de rechten en plichten van werkgever en werknemer, de loonkosten, het netto loon en de administratieve lasten. Denk hierbij ook aan de loondoorbetaling bij ziekte, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, de opbouw van AOW en de ziektekostenverzekering. Het is daarom van groot belang deze gevolgen voor 1 mei 2020 in kaart te brengen. Onze specialisten helpen je graag.

Nederlandse Transportsector

Een groep voor wie het aflopen van het overgangsrecht per 1 mei 2020 een grote impact heeft, zijn Nederlandse transportondernemers die werken met in Duitsland woonachtige chauffeurs, die in meerdere landen rijden. Onder EG-Verordening 1408/71 was er een aparte hoofdregel voor de transportsector die stelde dat op werknemers die in 2 of meer lidstaten werkzaam zijn in het internationale transport is de wetgeving van toepassing van het land waarin de zetel van de transportonderneming zich bevindt.

Op deze hoofdregel waren 2 uitzonderingen mogelijk:

  • Als de transportwerknemer werkzaam is bij een filiaal of vaste vertegenwoordiging van de onderneming in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de onderneming zijn zetel heeft, dan is de wetgeving van die andere lidstaat van toepassing.
  • Als de transportwerknemer in hoofdzaak werkzaam (70%) is in het woonland, dan is de wetgeving van het woonland op hem van toepassing, zelfs al heeft de onderneming daar geen filiaal, geen vaste vertegenwoordiging of niet zijn zetel.

Door het overgangsrecht kan het zijn dat momenteel veel in Duitsland wonende chauffeurs nog onder de Nederlandse socialezekerheidswetgeving (zetelland werkgever), omdat zij vaak de grens van 70% of meer in hun woonland Duitsland niet haalden. Per 1 mei 2020 eindigt het overgangsrecht echter en wordt per direct EG-Verordening 883/2004 van toepassing. Hierin ontbreekt een aparte aanwijsregel voor transportarbeiders. Voor de Duitse chauffeurs met een Nederlandse werkgever die rijden in meerdere landen geldt dan wanneer zij substantieel (25% of meer) in hun woonland werken de Duitse socialezekerheidswetgeving.

Werken zij niet substantieel (<25%) in hun woonland dan zijn zij sociaal verzekerd:>

  • waar de zetel van de onderneming zich bevindt, als zij in dienst zijn van één onderneming;
  • waar de zetel van de ondernemingen zich bevinden, als hij in dienst is van twee of meer ondernemingen die hun zetel in één lidstaat hebben;
  • waar de zetel van de onderneming zich bevindt, niet zijnde de lidstaat waar hij woont, als hij in dienst is van twee of meer ondernemingen die hun zetel hebben in twee lidstaten, waarvan één de lidstaat is waar betrokkene woont;
  • waar hij woont, als hij in dienst is van twee of meer ondernemingen, waarvan ten minste twee hun zetel in verschillende lidstaten hebben, niet zijnde de lidstaat waar betrokkene woont.

Daar waar veel in Duitsland woonachtige transportarbeiders de grens van in hoofdzaak werkzaam (70%) niet haalden, zullen naar alle waarschijnlijkheid veel in Duitsland wonende transportarbeiders wel de grens van substantiële werkzaamheden (25%) onder EG-Verordening 883/2004 halen.

Nederlandse grensarbeiders

Een andere groep die direct geraakt wordt zijn Nederlandse grensarbeiders in dienst van een buitenlandse werkgever die in het verleden bedongen hebben om een dag per maand in Nederland te werken, vaak vanuit thuis, om zo in Nederland sociaal verzekerd te blijven.

Omdat het vaak niet mogelijk zal zijn om het thuiswerken te vergroten van 1 dag per maand naar 25% (gemiddeld 1,25 dagen per week) zullen deze grensarbeiders vanaf 1 mei 2020 sociaal verzekerd worden in het vestigingsland van hun werkgever. Dit betekent in relatie tot België en Duitsland bovendien dat de compensatieregeling uit het belastingverdrag een deel van haar effect verliest. Deze compensatieregelingen houden namelijk geen rekening met de buitenlandse sociale premies. De zekerheid dat het netto inkomen niet lager uitvalt dan bij 100% werken in Nederland vervalt daardoor.

Overgangsrecht Zwitserland

Voor grensoverschrijdende situaties binnen de EU (met uitzondering van Kroatië) en Zwitserland waarbij jouw werknemer in Zwitserland woont en/of werkt, geldt hetzelfde overgangsrecht, maar dan met ingangsdatum 1 april 2012. Het overgangsrecht geldt dan tot 1 april 2022.

Overgangsrecht EER-landen (Liechtenstein, Noorwegen en IJsland)

Voor grensoverschrijdende situaties binnen de EU (met uitzondering van Kroatië), Zwitserland en de EER-landen waarbij jouw werknemer in 1 van de EER-landen woont en/of werkt, geldt hetzelfde overgangsrecht, maar dan met ingangsdatum 1 juni 2012. Het overgangsrecht geldt dan tot 1 juni 2022.

Stel je vraag aan Bol Adviseurs

Heeft u een vraag naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Stuur ons dan een bericht.